Tag archief: telecomproviders

ACM verplicht Aegon tot medegebruik antenne-opstelpunt gebouw Alphen aan den Rijn

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft een besluit genomen in een geschil tussen Vodafone en Aegon over het medegebruik van een antenne-opstelpunt op een woongebouw van Aegon in Alphen aan den Rijn. De ACM oordeelt dat Aegon verplicht is om in te stemmen met medegebruik tegen marktconforme en niet-discriminerende voorwaarden en vergoedingen. Dit is de eerste keer sinds de wijziging van de Telecommunicatiewet dat de ACM haar bevoegdheid gebruikt om dit soort geschillen te beslechten. De ACM vindt het belangrijk dat er voldoende antenne-opstelpunten zijn en blijven om een goede netwerkdekking te waarborgen.

Telecomaanbieders, waaronder Vodafone, maakten al langer gebruik van het dak van het gebouw van Aegon als antenne-opstelpunt, maar Aegon en Vodafone kwamen niet tot overeenstemming over de voorwaarden en vergoedingen voor een nieuwe overeenkomst. De telecomaanbieder is daarop naar de ACM gestapt met het verzoek gebruik te maken van haar bevoegdheid tot geschilbeslechting bij medegebruik, waarover de autoriteit sinds de wijziging van de Telecommunicatiewet op 2 maart 2022 beschikt.

Voorwaarden en vergoedingen

In dit geschil is de ACM tot het oordeel gekomen dat Aegon in dit specfieke geval en op deze specifieke locatie onder de verplichtingingen van de Telecommunicatiewet valt. De ACM heeft in haar besluit vastgesteld hoe de de voorwaarden in een overeenkomst moeten worden uitgewerkt en de hoogte van de jaarlijkse vergoeding bepaald. De voorwaarden en vergoeding waaronder het medegebruik plaatsvindt dienen billijk en niet-discriminerend te zijn. Dit houdt in dat AEGON vergelijkbare en marktconforme voorwaarden en tarieven moet hanteren voor alle partijen die een redelijk verzoek doen voor medegebruik van de faciliteit. De door de ACM vastgestelde jaarlijkse vergoeding – die de toezichthouder in verband met bedrijfsgevoelige informatie niet openbaar maakt – kan jaarlijks aangepast worden op basis van de Consumentenprijsindex. Extra kosten mogen worden doorberekend als ze direct aan het specifieke verzoek toe te rekenen zijn. In het besluit is verder opgenomen welke voorwaarden voor onder andere netwerktechnologie, duur en beëindiging van de overeenkomst, blootstellingslimieten en aansprakelijkheid de ACM in dit specifieke geval redelijk vindt.

Achtergrondinformatie

Om overal te kunnen bellen, internetten en streamen zijn er verspreid over heel Nederland antenne-opstelpunten. Bijvoorbeeld antennemasten langs spoorwegen of snelwegen, maar ook op daken van gebouwen zijn ze te vinden. Op dit moment staan in Nederland ruim 16.000 antenne-installaties voor mobiele communicatie. Nederland behoort tot een van de landen met de beste mobiele netwerken ter wereld. Door de toenemende vraag naar mobiele communicatiediensten neemt ook de vraag naar antenne-opstelpunten toe. De ACM onderschrijft het belang van de beschikbaarheid van voldoende antenne-opstelpunten. Dat is nodig om een goede netwerkdekking, nu en in de toekomst, te waarborgen. Bij lokale problemen kunnen telecomaanbieders een aanvraag tot geschilbeslechting indienen bij de ACM. Dit was het eerste zaak die is aangedragen bij de ACM. Vooralsnog zijn er geen andere aanvragen voor geschilbeslechting over medegebruik van antennte-opstelpunten bij de ACM ingediend.

Bron: ACM

Beëindiging van de huur voor een antenne-opstelplaats?

Beëindiging van de huur voor een antenne-opstelplaats: vergeet niet de ontruiming aan te zeggen!

Op veel daken van appartementencomplexen tref je ze aan maar ook op diverse kantoorgebouwen, antennes van telecomproviders. Doorgaans heeft de betrokken telecomprovider met de VvE, dan wel de eigenaar van het gebouw, een huurcontract gesloten voor het mogen plaatsen van de antenne-installatie op het dak, of in aan het gebouw.

In het huurrecht wordt de ruimte die wordt verhuurd voor het plaatsen van een dergelijke antenne-installatie aangemerkt als overig gebouwd onroerend goed in de zin van artikel 7:230a BW. Voor VvE’s en ander soort eigenaren is het van belang zich hiervan bewust te zijn en dan met name als de VvE/ eigenaar de huurovereenkomst van een opstelplaats voor een antenne-installatie wil beëindigen. Een dergelijke huurovereenkomst kan door opzegging eenvoudig worden beëindigd. De huurder heeft namelijk geen recht op huurbescherming. Wel komt de huurder van een antenne-opstelplaats in aanmerking voor ontruimingsbescherming. En hierin schuilt voor de VvE/ eigenaar een gevaar!

Bij de verhuur van antenne-opstelplaatsen is het belangrijk dat de VvE/ eigenaar zich bewust is van de ontruimingsbescherming die de huurder toekomt als de VvE/ eigenaar de huurovereenkomst met de telecomprovider wil opzeggen. Deze ontruimingsbescherming speelt overigens geen rol als (1) de huurder zelf de huurovereenkomst heeft opgezegd, (2) de huurder uitdrukkelijk in de huurbeëindiging heeft bewilligd of (3) de huurder veroordeeld is tot ontruiming omdat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst (zie 7:230a lid 2 BW).

Waarom moet de VvE/ eigenaar goed opletten als de huurovereenkomst wordt opgezegd?
Naast het opzeggen van de huurovereenkomst tegen een bepaalde datum, is namelijk ook vereist dat de ontruiming schriftelijk en ondubbelzinnig aan de huurder wordt aangezegd. In de praktijk komt het regelmatig voor dat wordt vergeten om de ontruiming aan te zeggen. Dit leidt tot problemen als de huurder niet van plan is om te vertrekken. De huurder is namelijk niet verplicht om het gehuurde onmiddellijk bij het einde van de huurovereenkomst te ontruimen. Vanaf de datum waartegen de ontruiming is aangezegd, begint namelijk een in de wet vastgestelde termijn van twee maanden voor de ontruimingsbescherming van de huurder te lopen. In deze twee maanden kan de huurder het gehuurde nog blijven gebruiken en is huurder niet verplicht om tot ontruiming over te gaan. Als de huurder het gehuurde nog langer wil gebruiken, moet binnen voornoemde termijn van twee maanden een verzoek tot verlenging van die ontruimingsbescherming door de huurder worden ingediend bij de kantonrechter. Zolang de verhuurder de ontruiming niet of onvoldoende duidelijk heeft aangezegd, is de huurder niet verplicht om tot ontruiming over te gaan. Als gevolg hiervan kan de verhuurder zolang de ontruiming door hem niet is aangezegd (en de huurder blijft zitten), in rechte geen ontruiming door de huurder afdwingen.
Naar aanleiding van een verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming, wordt door de kantonrechter een belangenafweging gemaakt. Met andere woorden de kantonrechter weegt de belangen van de huurder bij voortzetting van het gebruik af tegen de belangen van verhuurder bij ontruiming door de huurder. Zaken die bij de belangenafweging een rol (kunnen) spelen zijn onder meer de beschikbaarheid of het voldoende hebben gezocht naar een alternatieve locatie, investeringen die door de huurder zijn gedaan, de in acht genomen opzegtermijn, een eventuele verkoopwens of wens tot wederverhuur van verhuurder etc.

In praktijk komt het voor dat VvE’s/ eigenaren de huurovereenkomsten met telecomproviders willen beëindigen vanwege een angst voor de straling. Het is echter niet onomstotelijk bewezen dat de straling schadelijk is. In de rechtspraak wordt een angst voor straling bij leden van de VvE/ eigenaar in ieder geval als onvoldoende zwaarwegend belang aangemerkt ten opzichte van het belang van een telecomprovider (huurder) om het gebruik van de antenne-opstelplaats voort te zetten zolang de telecomprovider nog geen alternatieve locatie heeft kunnen vinden. Een verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming wordt in ieder geval afgewezen als (1) de huurder onbehoorlijk gebruik maakt van het gehuurde, (2) de huurder ernstige overlast veroorzaakt of (3) sprake is van wanbetaling aan de zijde van de huurder. Als sprake is van een van de drie hiervoor genoemde omstandigheden kan van de verhuurder niet worden verwacht dat het gebruik van het gehuurde door huurder voortgezet.
Als de kantonrechter de belangen van de huurder bij voortzetting van het gebruik zwaarder vindt wegen dan de belangen van verhuurder bij beëindiging van het gebruik, wordt de ontruimingstermijn met een jaar verlengd, te rekenen vanaf de einddatum van de huurovereenkomst. Dit kan een andere datum zijn dan de datum waartegen de ontruiming is aangezegd. De huurder kan vervolgens nog maximaal twee keer een verzoek doen tot verlenging van de ontruimingstermijn met een jaar. Deze verzoeken dienen door de huurder steeds één maand voor het verstrijken van de termijn te worden gedaan. Als een VvE/ eigenaar dus niet goed opzegt, kan de VvE/ eigenaar nog zeker drie jaar aan de huurder vastzitten.

Conclusie
Kortom, als de VvE/ eigenaar een huurovereenkomst voor een opstelplaats voor een antenne-installatie wil beëindigen, is het van zeer groot belang dat naast opzegging van de huurovereenkomst ook schriftelijk en ondubbelzinnig de ontruiming wordt aangezegd. Dit geldt ook voor huurovereenkomsten die voor bepaalde tijd zijn aangegaan. Doet de VvE/ eigenaar dit niet of is de opzeggingsbrief niet duidelijk genoeg, dan loopt de VvE/ eigenaar het risico dat ze nog geruime tijd aan de telecomprovider vast zit.

Overheid denkt niet dat bomen wijken voor 5G-antennes

De overheid denkt niet dat bomen zullen moeten wijken voor de uitrol van 5G. Dat schrijft het ministerie van EZK in antwoord op Kamervragen van de Partij voor de Dieren over de uitrol van 5G. Die vraagt of er scenario’s zijn waarin bomen in de weg staan.

PvdD vraagt naar de verwachte aantallen antennes en de impact op de leefomgeving, mens en dier. Ook het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de minister voor Medische Zorg en Sport en de minister voor Milieu en Wonen hebben een bijdrage geleverd aan de beantwoording van deze Kamervragen.
Zoals bekend wil de overheid medio 2020 de 700 MHz-vergunningen uitreiken en rond 2022 ook die voor 3,5 GHz voor mobiele communicatie. De mobiele operators hebben antennes nodig voor die frequenties. Het samenwerkingsverband van telecomproviders, Monet, heeft becijferd wat zij verwachten aan toename aan antennes door de uitrol van 5G. Deze toename is 10 procent; dat zijn ongeveer 4.500 extra antennes (en ongeveer 1.500 antenne-opstelpunten). Daarnaast verwachten de operators in beperkte mate kleine antennes (small cells) in de komende 3 tot 5 jaar.
Het staat niet ter discussie dat bomen en planten een obstakel vormen voor mobiele frequenties. Bomen en bossen worden beschermd door landelijk beleid. Buiten de bebouwde kom zijn kapvergunningen een zaak van de provincie of van het Rijk. Binnen de bebouwde kom maakt de gemeente een omgevingsplan met ‘kapcontouren’. De Omgevingswet, gepland vanaf 2021, bevat dezelfde regels als nu. Alle aanvragen voor (nieuwe) mobiele antennes worden beoordeeld aan die regels.

Stralingsnormen en EMV
PvdD vraagt naar stralingsnormen en onderzoek naar de effecten van elektromagnetische velden (EMV) op de gezondheid. Het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid (Kennisplatform EMV) geeft aan dat er in alle onderzoeken geen bewijs is dat langdurige blootstelling aan elektromagnetische velden onder de blootstellingslimieten schadelijk is voor de gezondheid.
De huidige blootstellingslimieten voor 3G en 4G gelden straks ook voor 5G. EZK meldt dat het Agentschap Telecom de veldsterktes van antennes meet en dat die gewoonlijk een factor 10 of 20 onder de wettelijke norm zitten.