Tag archief: property-telecom

EZK wil Multibandveiling in mei houden

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wil eind mei de lang vertraagde Multibandveiling houden.

Verschillende bronnen melden dat EZK half november de Veilingregeling en de ontwerpvergunningen wil publiceren en consulteren. Na die korte consultatie wordt de regeling definitief gemaakt. Het Agentschap Telecom opent dan de inschrijvingsprocedure en stelt de datum vast dat de veiling werkelijk begint – volgens de planning eind mei. Die ambitie vergt een strakke planning, zonder ruimte voor tegenvallers.

De Multibandveiling omvat 700 MHz, 1400 MHz en 2100 MHz vergunningen. De eerste twee banden zijn dan direct beschikbaar. De 2100-band is al in gebruik en zit in vergunningen met een looptijd tot 31 december volgend jaar. Er is een transitiefase nodig van de oude naar de nieuwe vergunningen, maar waarschijnlijk kan die goed worden voorbereid en snel (een kwestie van weken) worden uitgevoerd.

De drie bestaande MNO’s krijgen de verplichting om in elke gemeente dekking te bieden en een minimale downloadsnelheid te garanderen. Dat mogen ze doen met het LTE-netwerk en andere vergunningen. Mobiele operators moeten hun 4G-netwerk moderniseren en apparatuur vernieuwen om 5G in te zetten. Die upgrades zijn echter ook relevant voor 4G en dus kunnen de investeringen naar voren gehaald worden. Alom wordt verwacht dat de activering en landelijke uitrol met 5G sneller gaat dan met 4G.

Deadline in juni voor 700 MHz
EZ is al in 2016 begonnen met de voorbereidingen op deze veiling, maar heeft door een reeks tegenvallers een reeks deadlines gemist. De tijdsdruk loopt op: de Europese Commissie verplicht dat alle lidstaten voor 30 juni 2020 de 700 MHz-band hebben uitgegeven. Brussel heeft al een formeel onderzoek geopend, omdat Nederland niet op tijd een gedetailleerd stappenplan gereed had.
De Veilingregeling wordt kort geconsulteerd, namelijk zes weken, voordat die definitief wordt gemaakt. Daarna komt een stappenplan, waarin het Agentschap Telecom de inschrijving opent en checkt welke deelnemers worden toegelaten tot de veiling, die dan eind mei moet beginnen. Dit gaat dan in een hoog tempo. Bij de Multibandveiling van 2012 zaten er 52 weken tussen het moment dat de veilingregeling definitief werd en de echte afloop: de ingangsdatum van de nieuwe vergunningen. Staatssecretaris Keijzer heeft eerder gezegd dat dit negen maanden ging kosten. Dat moet nu echter worden verkort naar een maand of drie.

Kans op nieuwe tegenvallers
In dat scenario zitten nog steeds enkele risico’s. Eén daarvan is de behandeling in het parlement. Bij de veilingen van 2010 en 2012 is daar zoals bekend veel tijd in gaan zitten. Keijzer heeft de Tweede Kamer daar ook al voor gewaarschuwd, maar het parlement bepaalt zijn planning. Een ander risico is dat marktpartijen naar de rechter stappen. En: eerder dit jaar bleek dat het ministerie van Financiën verwacht dat de opbrengst van de vergunningen (te) laag uitvalt.

Verder zijn er externe factoren die het voor de mogelijke deelnemers lastig te maken om te bepalen wat hun strategie in deze Multibandveiling is. De operators willen 700 MHz om 5G te lanceren, maar de 3,5 GHz band is waar het voor 5G werkelijk om draait. Over die volgende veiling is nog de nodige onzekerheid. Daarnaast speelt de discussie over de beveiliging van 5G. Als er beperkingen worden gesteld aan de keuze voor Chinese leveranciers, dan kan dat aanzienlijke gevolgen hebben voor de uitrol.

EU: nieuwe bedreigingen voor 5G-netwerken snel aanpakken

De uitrol van 5G-netwerken zorgt voor nieuwe bedreigingen en kwetsbaarheden waarvoor tijdig maatregelen genomen moeten worden. De toenemende afhankelijkheid van mobiele operators van een beperkt aantal netwerkleveranciers kan de risico’s van cyberaanvallen, al dan niet gesteund door staten, doen toenemen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van een rapport van de EU-lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Agentschap voor cyberveiligheid (ENISA).

De gecoördineerde EU-risicobeoordeling over cyberveiligheid in 5G-netwerken is volgens de EU een belangrijke stap in de uitvoering van een aanbeveling van de Commissie die in maart 2019 is aangenomen. De EC stelde toen maatregelen voor om een hoog niveau van cyberbeveiliging van 5G-netwerken in de EU te waarborgen. Daarop hebben EU-lidstaten een eigen risicobeoordeling gemaakt die mede als basis voor het rapport is gebruikt.
Dit gebeurde mede naar aanleiding van alle commotie die is ontstaan over de veiligheid van netwerken van Chinese leveranciers zoals Huawei en ZTE, met name aangewakkerd door de VS. Overigens worden er geen namen van netwerkleveranciers of landen genoemd, maar in het recente verleden is met name op China, Rusland en Noord-Korea gewezen als statelijke actoren die kwaadwillende hackerscollectieven ondersteunen of zelfs aansturen.

In Nederland worden vooralsnog geen maatregelen getroffen om met name Huawei te weren, ondanks zorgen hierover bij de Tweede Kamer. Wel heeft KPN besloten om de netwerkleverancier bij de aanleg van een 5G-netwerk alleen randapparatuur te laten leveren, niet de kern van het netwerk. Dit geldt ook voor landen als het Verenigd Koninkrijk, waar de overheid dit heeft besloten. Eerder dit jaar was er nog ophef over potentiële spionage met behulp van Huawei-apparatuur via de klantsystemen van operators zoals KPN.

Solide risico-aanpak, preventie
Het belang van een solide risico-aanpak en preventieve maatregelen ter bescherming van 5G-netwerken zijn volgens het rapport een must. Deze netwerken vormen de toekomstige ruggengraat van steeds meer gedigitaliseerde economieën en samenlevingen. Miljarden verbonden objecten en systemen zijn betrokken, ook in kritieke sectoren zoals energie, transport, bankwezen en gezondheid, evenals industriële controlesystemen die gevoelige informatie bevatten en veiligheidssystemen ondersteunen.
Het waarborgen van de veiligheid en veerkracht van 5G-netwerken op EU- en nationaal niveau is daarom van essentieel belang, aldus de opstellers van het rapport. De inhoud is gebaseerd op de resultaten van de nationale cyberveiligheidsbeoordelingen door alle EU-lidstaten. Het identificeert de belangrijkste bedreigingen en bedreigingsactoren (zoals hackerscollectieven, al dan niet door staten gesteund), de meest gevoelige activa, de belangrijkste kwetsbaarheden (inclusief technische en andere soorten kwetsbaarheden) en een aantal strategische risico’s.

Aantal belangrijke veiligheidsuitdagingen
Het rapport identificeert een aantal belangrijke beveiligingsuitdagingen in 5G-netwerken, vergeleken met de situatie in bestaande (4G)-netwerken. Deze beveiligingsuitdagingen komen vooral voort uit:
Belangrijke innovaties in de 5G-technologie (die ook een aantal specifieke beveiligingsverbeteringen opleveren), met name het belangrijke deel van software (SDN) en het brede scala aan diensten en toepassingen die mogelijk worden door 5G;
De rol van leveranciers bij het bouwen en exploiteren van 5G-netwerken en de mate van afhankelijkheid van individuele leveranciers.
Als veiligheidsrisico’s worden genoemd:
Een verhoogde blootstelling aan aanvallen en meer potentiële toegangspunten voor aanvallers: met 5G-netwerken die steeds meer software-gebaseerd zijn, worden risico’s van grote beveiligingsfouten, (zoals risico’s die voortvloeien uit slechte softwareontwikkelingsprocessen bij leveranciers), steeds belangrijker. Ze kunnen het voor bedreigingsactoren (zoals hackers) ook makkelijker maken om zelf achterdeuren in producten te bouwen en ze moeilijker te vinden maken.
Vanwege nieuwe kenmerken van de 5G-netwerkarchitectuur en nieuwe functionaliteiten worden bepaalde netwerkapparatuur of -functies gevoeliger, zoals basisstations of belangrijke technische beheerfuncties van de netwerken.
Een verhoogde blootstelling aan risico’s in verband met de afhankelijkheid van mobiele operators van een beperkt aantal netwerkleveranciers. Dit zal ook leiden tot een groter aantal aanvalspaden die kunnen worden uitgebuit door bedreigingsactoren en de potentiële ernst van de impact van dergelijke aanvallen vergroten. Van de verschillende potentiële actoren worden niet-EU-staten of door de staat gesteunde hackergroepen beschouwd als de ernstigste en meest waarschijnlijke doelgroepen van 5G-netwerken.
In deze context van verhoogde blootstelling aan door leveranciers gefaciliteerde aanvallen, zal het risicoprofiel van individuele leveranciers bijzonder belangrijk worden, inclusief de kans dat de leverancier wordt beïnvloed door een niet-EU-land.
Verhoogde risico’s door grote afhankelijkheden van leveranciers: een grote afhankelijkheid van één enkele leverancier verhoogt blootstelling aan de mogelijke onderbreking van levering van benodigde netwerkcomponenten – zoals door productieproblemen – en de gevolgen daarvan. Het verergert ook de potentiële impact van zwaktes of kwetsbaarheden in software, en van hun mogelijke uitbuiting door bedreigingsactoren, met name wanneer de afhankelijkheid betrekking heeft op een leverancier met een hoog risico.
Bedreigingen voor de beschikbaarheid en integriteit van netwerken zullen grote beveiligingsproblemen worden: naast vertrouwelijkheids- en privacy-bedreigingen worden 5G-netwerken naar verwachting de ruggengraat van vele kritieke IT-toepassingen, maar de integriteit en beschikbaarheid van die netwerken zullen grote nationale beveiligingsproblemen worden en een grote veiligheidsuitdaging vanuit EU-perspectief.

Nieuwe beoordeling beveiligingskader mobiele sector
Samen vormen deze uitdagingen een nieuw veiligheidsparadigma, waardoor het noodzakelijk is het huidige beleids- en beveiligingskader voor de mobiele sector en het omringende ecosysteem opnieuw te beoordelen. Het is volgens het rapport essentieel voor EU-lidstaten om de nodige mitigerende maatregelen te nemen.
Om het rapport van de lidstaten aan te vullen, is het European Agency for Cybersecurity (ENISA) bezig met het verder in kaart brengen van het dreigingslandschap met betrekking tot 5G-netwerken, waarin bepaalde technische aspecten die in het rapport worden behandeld, nader worden bekeken.
Tegen 31 december 2019 moet de samenwerkingsgroep overeenstemming bereiken over een reeks instrumenten met mitigerende maatregelen om de geïdentificeerde cyberveiligheidsrisico’s op nationaal en EU- niveau aan te pakken.
Tegen 1 oktober 2020 moeten de lidstaten – met de Commissie – de effecten van de aanbeveling beoordelen om te bepalen of verdere actie nodig is. Bij deze beoordeling moet rekening worden gehouden met de resultaten van de gecoördineerde Europese risicobeoordeling en met de effectiviteit van de maatregelen.

Bron: telecompaper

‘5G-antennes verrommelen straatbeeld’ Gemeenten keren zich tegen verplichting straatmeubilair open te stellen voor 5G-infrastructuur.

Zeker tien gemeenten hebben bezwaar aangetekend tegen de voorgestelde aanpassing van de telecomwet waarin telecomaanbieders toegang moeten krijgen tot straatlantaarns, stoplichten en gemeentegebouwen om hun 5G-antennes in te verwerken.

De gemeenten vrezen een verrommeling van het straatbeeld en protesten van burgers als gevolg van de veronderstelde toename van gezondheidsrisico’s. Dat blijkt uit een inventarisatie die het Financieele Dagblad (fd.nl) heeft gemaakt naar aanleiding van een consultatieronde.

Naast de genoemde bezwaren zien de gemeenten ook problemen met het beheer van de gemeentelijke infrastructuur. Wat gebeurt er als er een bushokje moet worden verplaatst waarop een 5G-antenne is geplaatst? Een toename van de administratieve lasten en dus extra kosten.

Weinig behoefte aan bushokjes
De telecomaanbieders denken dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. De forse uitbreiding van het aantal antennes is alleen noodzakelijk wanneer op grote schaal van de hoogste frequentie (26 GHz) gebruikt gemaakt wordt. Dat zijn ze niet van plan. Alleen op heel drukke punten en bijvoorbeeld bij evenementen is de inzet van de extra capaciteit die 26 GHz biedt, van belang. Voor de overige 5G-toepassingen komen frequenties beschikbaar die in veel gevallen met antennes op de bestaande opstelpunten kunnen worden gebruikt.

Het gebruik van straatmeubilair is ook niet aantrekkelijk voor de telecomaanbieders, zo is gebleken uit praktijkproeven. De projectleider 5G van Vodafone zegt in het FD eens dagen gezocht te hebben naar een ‘small cell’-antenne die was geplaatst in een lantaarnpaal. De paal was omver gereden. De voorkeur gaat uit naar opstelpunten waarvan de infrastructuur in eigen beheer is.

Bron: agconnect.nl

Focus 5G: Vodafone wil 5G network sharing deals in alle markten, Nederlandse operators wachten nog af

Vodafone is in meerdere landen actief de samenwerking aan het zoeken met zijn concurrenten voor wat betreft 5G netwerk sharing. In Spanje heeft het eind april een overeenkomst getekend met Orange. De overeenkomst voorziet in afspraken met betrekking tot het delen van zowel het radiotoegangsnetwerk als backhaul in steden met een bevolking van maximaal 175.000 mensen. De twee partijen hadden al een network sharing overeenkomst voor gemeenten tussen 1.000 en 25.000 mensen. Twee derde van de Spaanse bevolking zal nu worden gedekt door Vodafone en Orange’s gedeelde netwerk.
De overeenkomst met Orange in Spanje is in grote lijnen gelijk aan overeenkomsten die Vodafone in het Verenigd Koninkrijk en Italië sloot met respectievelijk Telefonica en TIM.
In januari van dit jaar maakten Vodafone en Telefonica plannen bekend voor de uitbreiding van hun mobiele site joint venture Cornerstone (CTIL) in het Verenigd Koninkrijk. Met de uitrol van 5G-infrastructuur werden de uitgangspunten van de joint venture vernieuwd. Eind juli kregen de plannen hun definitieve vorm. Binnen de overeenkomst zullen de bedrijven, naast het delen van de masten, tevens gezamenlijk werk maken van de glasvezelconnectiviteit die de mobiele backhaul verzorgt.

Deal met Telecom Italia
In Italië leverden de onderhandelingen met Telecom Italia (TIM) eveneens eind juli een getekende overeenkomst op. TIM en Vodafone tekenden een overeenkomst om hun respectievelijke mobiele toreninfrastructuur samen te voegen en gezamenlijk 5G-netwerken in te zetten in zowel stedelijke als rurale gebieden in heel Italië. Ook voor deze deal geldt dat het een vervolg is op een eerdere overeenkomst, waarbij 5G-technologie efficiënter en goedkoper uitgerold kan worden over een groter geografisch gebied. Net als in het VK en Spanje is de backhaul connectiviteit van de masten via glasvezel in de overeenkomst opgenomen.
Vooralsnog blijft het aantal 5G-samenwerkingsverbanden van Vodafone beperkt tot deze drie, niet toevalling landen waarin voorzichtig een start is gemaakt met 5G. Vodafone Group heeft in het verleden echter te kennen gegeven dat het in alle markten waarin het actief is, network sharing deals wil optuigen. De uitrol van 5G vergt grote inspanningen, helemaal in de grotere landen. Vodafone geeft aan dat het op deze manier veel sneller een geografisch veel groter gebied kan voorzien van 5G-dekking.

Proximus en Orange
De intentieverklaring tussen Proximus en Orange in België laat zien dat dit ook mogelijk is in landen met een kleiner oppervlak (). Beide bedrijven verwachten later dit jaar een network sharing overeenkomst te tekenen. Het delen van de mobiele toegangsnetwerken door Proximus en Orange Belgium zal een snellere en bredere uitrol van 5G in België mogelijk maken, zo stellen beide bedrijven. Daarbij zullen ook de 2G-, 3G- en 4G- technologieën betrokken zijn. Het gedeelde netwerk zal volgens beide bedrijven de dekking verbeteren, met een geconsolideerd aantal mobiele sites dat naar verwachting ongeveer 20% hoger zal liggen in vergelijking met het huidige radiotoegangsnetwerk van elke mobiele aanbieder afzonderlijk. In Nederland hebben de operators eerder dit jaar echter laten weten vooralsnog weinig te zien in zo’n vorm van samenwerking.

Bron: telecompaper

Telefonica Duitsland stelt driepuntenplan mobiele communicatie-infrastructuur op

Telefónica Duitsland heeft opgeroepen tot de ontwikkeling van een plan voor mobiele communicatie-infrastructuur op basis van drie belangrijke punten.
Netwerkexploitanten kunnen daarmee volgens Telefónica ten minste 99 procent van de bevolking en alle belangrijke verkeersroutes in 2021 voorzien van LTE-bereik en -diensten (4G). Voor 5G stelt de provider dat hetzelfde niveau in 2025 haalbaar is.

De drie voorwaarden volgens Telefonica
Ten eerste moet het Federale Netwerkagentschap de vergunningen voor de zogenoemde long-range frequenties in de 700 MHz-, 800 MHz- en 900 MHz-banden die al op de markt zijn en die respectievelijk in 2025 en 2033 vervallen, tot 2040 verlengen om achtergebleven regio’s te kunnen voorzien.
Ten tweede ondersteunt het bedrijf samenwerking tussen netwerkexploitanten, met name voor het gebruik van zogenaamde passieve infrastructuur zoals mobiele masten, de technische werking van deze faciliteiten en de verbinding van de sites met glasvezelkabels.
Ten derde moet de overheid een subsidieprogramma opstarten zodat providers de financieel middelen krijgen om witte vlekken in de netwerkdekking aan te pakken. Een vergelijkbaar voorstel was ook al gedaan door de Federale Raad.

Bron: telecompaper

Nieuwe vertraging 5G-veiling; 5G internationaal op stoom

De kans dat de Nederlandse multiband (5G) veiling verdere vertraging oploopt is met het uitstel van de nota Mobiele Communicatie verder toegenomen. Een nieuw onderzoek naar de verwachte opbrengst zorgt ervoor dat de start van de veiling in 2019 schier onmogelijk geworden is. Het voorspellen van de 5G-veilingopbrengst is een uitdaging op zich vanwege het grote aantal onzekerheden rondom de biedingenstrijd, zoals de looptijd van de vergunningen, het aantal deelnemers en de beschikbare frequenties tijdens de veiling. Maar ook voorwaarden zoals de wholesale verplichtingen aan MVNO’s en de eisen aan de geografische dekking en servicekwaliteit.
Internationaal is de uitrol van de eerste 5G-netwerken al gestart en gaat de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten volop door. Zo zijn Vodafone en Ericsson er bij tests in Spanje en Portugal in geslaagd een grensoverschrijdende 5G verbinding in stand te houden. Analisten voorspellen dat in 2023 een kwart van de smartphones geschikt zal zijn voor gebruik op 5G netwerken. De verwachting is wel dat 5G in eerste instantie vooral impact zal hebben op de enterprise markt.

Bron: telecompaper

5G Handvest: harmonisatie lokaal beleid noodzaak om 5G tot succes te maken

Harmonisatie van lokaal beleid is bittere noodzaak om er voor te zorgen dat de aanleg van alle vaste en mobiele infrastructuur voor 5G-netwerken zonder al te veel problemen kan plaatsvinden. Alleen zo kan Nederland ook zijn koppositie op digitaal gebied in Europa en wereldwijd handhaven.

Reden voor een reeks partijen – zoals operators KPN, VodafoneZiggo en netwerkleveranciers Ericsson en Huawei – om zich in het ‘Handvest 5G’ vast te leggen op intensieve samenwerking die een soepele uitrol van 5G in Nederland moet garanderen. Initiatiefnemer Eurofiber (zakelijke glasvezelinfrastructuur) overhandigde het handvest donderdagavond tijdens de Conferentie Nederland Digitaal aan staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK).
Met het Handvest 5G willen telecompartijen, bedrijfsleven, belangenorganisaties, kennisinstellingen, lokale en nationale overheden de toezegging onderstrepen met elkaar aan het werk te gaan om de koppositie die Nederland inneemt in de digitale samenleving te behouden.
De betrokken partijen hebben de dilemma’s in de uitrol van 5G op een rij gezet en naar eigen zeggen de eerste constructieve stappen richting verdere samenwerking al gezet. Ook de uitgangspunten zijn helder en dat is, zo stelde Eurofiber-CEO Alex Goldblum, meteen de kern van het Handvest 5G: het commitment dat alle partijen deze uitgangspunten onderschrijven en met elkaar verder aan het werk gaan.

Samen anticiperen
Samen anticiperen op de hoge eisen die de technologische ontwikkeling van 5G – in bredere zin hoogwaardige digitale connectiviteit – stelt, is een van de meest vitale zaken voor de toekomst en zal grote invloed hebben op zowel burgers, bedrijven als overheden, aldus het handvest.

Harmonisatie lokaal beleid
In het handvest spreken partijen onder meer de intentie uit te komen tot verdere harmonisering van lokaal beleid. Zij verwachten dat 5G hierdoor sneller kan worden uitgerold en overlast voor inwoners en administratieve lasten voor de gemeenten kunnen worden beperkt. De combinatie van licenties en infrastructuur betekent dat 5G een miljardeninvestering is. Daarnaast, zo wordt benadrukt, moet er ook voldoende spectrum beschikbaar komen. Dat moet in 2019/2020 gebeuren via de Multibandveiling en waarschijnlijk in 2021 via het veilen van het vrij te maken 3,5 GHz-spectrum.

Meer antennes, meer glasvezel
Maar er zijn ook substantieel meer antennes en glasvezelverbindingen nodig, stelt mede-opsteller van het handvest NLconnect. ‘Op basis van de gestelde industrie-eisen gaat het op de langere termijn om duizenden nieuwe antenne opstelpunten, met minstens zoveel glasvezelverbindingen. Harmonisering van lokaal beleid is dan noodzaak.’
Dat laatste is zeker op het gebied van antenne noodzakelijk, nu de Rijksoverheid via de Omgevingswet het antennebeleid wil decentraliseren – waarschijnlijk vanaf 2021. De meeste gemeenten bleken vorig jaar nog geen antennebeleid te hebben. Bovendien zou er te weinig aandacht zijn voor de aanleg van glasvezel, zo bleek in februari uit een rapport van branchevereniging FCA (Fiber Carrier Association).

Aan het Handvest 5G werkten mee: Alliander; BenCom; Brainport Eindhoven; Eurofiber; Economic Board Groningen; Ericsson Nederland; Gemeente Den Haag; Gemeente Eindhoven; Huawei, KPN; Ministerie van Economische zaken & Klimaat; Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat; Nederland ICT; Netbeheer Nederland; NLconnect; Nokia; Spie; T-Mobile; Tele2; TNO; VNG; VodafoneZiggo; VolkerWessels Telecom.

Bron: telecompaper

VodafoneZiggo boekt met Q4 2018 sterkste kwartaal sinds de fusie, overweegt verkoop masten

VodafoneZiggo beleefde in Q4 2018 zijn beste kwartaal sinds het ontstaan van de joint venture.

De omzet stabiliseert en het resultaat groeit. Convergentie (FMC) is een speerpunt in de strategie en een belangrijke motor. Dat blijkt uit de toelichting van CFO Ritchy Drost aan Telecompaper.
VodafoneZiggo bracht in Q4 de omzetdaling terug tot 0,4 procent, terwijl het bedrijfsresultaat met 6,5 procent steeg. Voor 2019 rekent men op een groei van het bedrijfsresultaat van 1 tot 3 procent en uitkeringen aan de beide aandeelhouders van EUR 400-600 miljoen.

Groei door positionering en convergentie
Een van de meest opvallende elementen in het Q4-rapport was het grote aantal postpaid net additions van 50.600, overigens vrijwel gelijk aan de groei in Q3 (50.700). Drost benadrukt dat dit mede het gevolg is van de positionering van het aanbod, waarbij het uitdrukkelijk de ‘onderkant’ van de markt vermijdt.
Ten aanzien van de groei valt op dat er 14.000 kleinzakelijke klanten bijkwamen. Een negatieve impact was er van de FMC-voordelen (een deel van de korting wordt toegewezen aan Consumer Cable), van de verschuiving naar SIM-only (minder handsetverkopen in Consumer Mobile overige) en prijsdruk in zakelijk mobiel (Business Mobile diensten).
Als FMC een groeimotor is, dan ligt de vraag voor de hand: wanneer treedt hierin verzadiging op? Immers, 70 procent van de postpaidbasis van Vodafone heeft al breedband van Ziggo. Drost maakt zich hierover geen zorgen. Ten eerste betreft deze 70 procent het Vodafone-merk; een uitbreiding van de FMC-voordelen (5 euro per maand, dubbele mobiele data, een extra zenderpakket) naar het hollandsenieuwe-merk kan niet uitgesloten worden en zou meer ruimte voor groei geven. Daarnaast staat het aantal breedbandklanten met postpaid nog maar op 32 procent. En ten derde kan het aantal SIM’s per huishouden, nu 1,5, verder omhoog.

Uitkering 2019 stabiel, mogelijk verkoop masten
Een opvallende verklaring in het Q4-rapport betreft de eventuele verkoop van de ‘tower portfolio’. Desgevraagd kan Drost hierover nog niets melden omdat het initiatief zich in een zeer vroeg stadium bevindt (“We intend to explore …”). Ook over de timing van een eventuele deal kan niets gezegd worden. Overigens moet bedacht worden dat niet alle opstelpunten in eigendom zijn en dat sommige gedeeld worden met concurrenten.
Ritchy Drost benadrukt dat er geen financiële noodzaak is tot verkoop van de masten. VodafoneZiggo is een gezond bedrijf met een positieve cash flow. Ten aanzien van dat laatste is de uitkering aan de beide aandeelhouders voor 2019 begroot op EUR 400-600 miljoen. Dat is lager dan de EUR 701 miljoen van 2018, maar daarin zat een bijdrage uit vendor financing van 250 miljoen. Op een vergelijkbare basis is de uitkering dan ook naar verwachting stabiel.

Bron: telecompaper

5G beschikbaar bij 25 operators in 2019 en 51 in 2020

Deloitte voorspelt in haar jaarlijkse Technology, Media and Telecommunications rapport voor 2019 dat aan het eind van dit jaar 25 operators in de wereld een actief 5G-netwerk zullen hebben. In 2020 komen er volgens Deloitte nog eens 26 operators bij. Volgens Deloitte deden 72 operators testen met 5G in 2018.

Sinds begin dit jaar introduceren smartphone fabrikanten ook de eerste smartphones met 5G-ondersteuning. De eerste smartphones met 5G-ondersteuning verschijnen vanaf het tweede kwartaal op de markt. Deloitte verwacht dat dit jaar 20 smartphone-merken met 5G-smartphones zullen gaan komen.

De uitrol van 5G-netwerken in de Benelux laat nog op zich wachten. In zowel Nederland als België zal de veiling van frequenties voor 5G-netwerken vermoedelijk pas in 2020 plaatsvinden. België was van plan de frequenties voor het eind van dit jaar te veilen, maar dat heeft flinke vertraging opgelopen.

Bron: Deloitte

Aandelenkoers KPN maakt sprong na geruchten overname door Brookfield uit Canada

De aandelenkoers van KPN is in korte tijd met 7 procent gestegen nadat er geruchten ontstonden met betrekking tot een eventuele overname van het Nederlandse telecombedrijf. De Canadese vermogensbeheerder Brookfield Asset Management zou volgens Bloomberg pensioenfondsen gepolst hebben over een eventueel bod. In eerste instantie steeg de beurskoers met 10 procent, waarna dit terugging tot 7 procent.

Er zou nog geen toenadering zijn geweest tussen Brookfield en KPN en ook is er nog geen sprake van een eerste bod. Canada’s grootste alternatieve vermogensbeheerder houdt verkennende gesprekken met Nederlandse pensioenfondsen over samenwerking bij een mogelijk bod op KPN, zo schrijft Bloomberg op basis van bronnen die niet bekend gemaakt willen worden.
KPN heeft gisteren, 30 januari, zijn kwartaal- en jaarcijfers over 2018 bekend gemaakt. Het behaalde over het vierde kwartaal 1,1 procent minder omzet als gevolg van dalende inkomsten uit traditionele diensten en mobiel. Groei was er in gebundelde consumentendiensten en Professional Services op de zakelijke markt. Het bedrijfsresultaat steeg met 1,1 procent als gevolg van kostenbesparingen.
Op de AEX wordt KPN op ongeveer EUR 10,5 miljard gewaardeerd.

De eerste reactie van KPN-woordvoering: “Wij gaan niet in op geruchten.”
Brookfield
Brookfield is wereldwijd actief in telecominvesteringen met onder andere belangen in het Franse TDF, Oi in Brazilië en de onlangs afgesloten overname van data centers van AT&T in de VS. Onder Brookfield zal het overgenomen deel van AT&T colocatiediensten blijven leveren aan klanten in 18 Internet Data Centres (IDC’s) in de VS en 13 buiten de VS. De datacenteractiviteiten bedienen meer dan 1.000 bedrijven in de technologie-, financiële, industriële, mediadetailhandel en andere sectoren wereldwijd. Brookfield heeft hiervoor USD 1,1 miljard betaald.
De investeringsmaatschappij heeft naar eigen zeggen ruim USD 330 miljard in portefeuille.

KPN wordt lokale speler
KPN en overnamegeruchten zijn geen vreemden voor elkaar. Onder meer nadat de operator zich onder leiding van Eelco Blok terugtrok uit het buitenland met de verkoop van mobiele dochters E-Plus (2013) aan het Spaanse Telefonica en het Belgische Base (2016) aan Telenet (zelf weer een dochter van Liberty Global).
KPN werd zo een lokale speler met veel geld in kas. De operator kreeg in 2013 EUR 5 miljard in contanten voor de verkoop van de Duitse mobiele dochter E-Plus aan Telefónica, evenals een belang van 20,5 procent in het nieuw gevormde Telefónica Deutschland. De verkoop van Base leverde EUR 1,2 miljard op.
Sinds de verkoop van zijn internationale activiteiten heeft KPN op de Nederlandse markt slechts een beperkt aantal overnames gedaan, voornamelijk om zijn positie op de zakelijke telecom en ICT-markt te vergroten. Onder de nieuwe CEO Maxim lijkt KPN de strategie van kleinere aankopen in Nederland voort te zetten.

Overnamepoging America Movil
In 2013 werd het serieus voor KPN. Toen nam het Mexicaanse conglomeraat America Móvil een belang in het voormalige staatsbedrijf met als doel een meerderheid in de operator. De grootaandeelhouder liet ook enkele eigen mensen in de raad van Commissarissen benoemen.
KPN zag het als een vijandige overname en liet een aan KPN gelieerde stichting een beschermingsconstructie activeren met de uitgifte van preferente aandelen. AMX liet de overnameplannen in oktober 2013 varen, toen duidelijk werd dat een overname niet mogelijk was. Inmiddels bezit het bedrijf nog ruim 16 procent van de aandelen KPN. KPN beschikt nog steeds over de beschermingsconstructie.

Wet tegen buitenlandse overnames
In de Tweede Kamer klonk al direct na de overnamedreiging de roep om maatregelen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) liet in april 2018 weten dat het werkt aan een wetsvoorstel tegen buitenlandse overnames in de telecom- en ICT-sector. Het was een directe reactie op het bod van America Móvil op KPN.
Het Wetsvoorstel Ongewenste zeggenschap telecommunicatie moest eerst ter advisering naar de Raad van State. Het kabinet verwachtte de wet na de zomer van 2018 in te dienen voor behandeling in de Tweede Kamer. Er is momenteel nog geen verdere ontwikkeling bekend op dit gebied.

Vooraf melden bij EZK
Partijen die Nederlandse telecomvoorzieningen willen overnemen, moeten dit vooraf melden aan het ministerie. Dit is een vorm van actieve goedkeuring van belangrijke overnames die ook in het Regeerakkoord is afgesproken. Het gaat hierbij om het verkrijgen van invloed op bedrijven van vitaal belang zoals aanbieders van telefonie, internet of datacenters. Het kabinet noemt ook PostNL en wil de wetgeving voor de posterijen en de Universele Dienst aanpassen.
In Europa is wettelijk vastgelegd dat ingrijpen bij overnames door de overheid alleen toegestaan is bij redenen van dwingend algemeen belang, bijvoorbeeld als de nationale veiligheid of openbare orde in het geding is. Het kabinet onderzoekt op dit moment of de bescherming van allerlei vitale sectoren voldoende is. Deze analyse vanuit het ministerie van J&V is dit jaar gereed.

Bron: telecompaper.nl