Categorie archief: odido

Oorlogsdreiging en kwetsbaar NL-Alert zaaien twijfel over afschaffen luchtalarm

Nemen we afscheid van het luchtalarm? Daarover wordt al ruim tien jaar fel gediscussieerd. De Tweede Kamer moet er binnenkort een knoop over doorhakken, want het waarschuwingssysteem is al ver over zijn technische levensduur heen.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) zit in een spagaat. In februari schreef toenmalig justitieminister Van Weel in een brief aan de Tweede Kamer dat zijn departement geen geld heeft om het zogenoemde waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) te vernieuwen. Maar bijna alle partijen in de Tweede Kamer willen dat het luchtalarm blijft, blijkt uit een motie die in maart 2024 werd aangenomen.

Drie jaar eerder, in 2021, becijferde het Centrum Beleidsadviserend Onderzoek (Cebeon) dat het 170 miljoen euro kost om het luchtalarm tot 2040 te behouden. En sinds de komst van NL-Alert in 2012 wordt het luchtalarm bijna nooit meer gebruikt. Daarom leek het toen een logische keuze er afscheid van te nemen.

Maar de wereld is de afgelopen jaren veranderd. Na de inval van Rusland in Oekraïne is oorlogsdreiging ook in Nederland weer voelbaar. Daardoor twijfelt de Tweede Kamer nu of het een goed idee is het luchtalarm af te schaffen.

In de Tweede Kamer is de angst dat bij een militaire aanval op Nederland het elektriciteits- en communicatienetwerk als eerste worden platgelegd. Dan is het ook niet meer mogelijk om berichten via NL-Alert te versturen. Als het luchtalarm is afgeschaft, heeft de overheid geen middelen meer om mensen te waarschuwen.

Onduidelijk of luchtalarm bruikbaar is in oorlog
Van Weel liet daarom in februari weten dat meer onderzoek nodig is voordat een besluit kan worden genomen. Samen met Defensie en TNO bekijkt het ministerie hoe burgers kunnen worden gewaarschuwd bij een dreiging, zoals een raketaanval.

Ook wordt onderzocht wat er kan misgaan bij stroomstoringen of problemen met telecomnetwerken. De resultaten van de onderzoeken werden voor de zomer van 2025 verwacht.

De bevindingen worden binnenkort met de Tweede Kamer gedeeld, laat het ministerie van Justitie en Veiligheid aan NU.nl weten. Op basis daarvan moet de Tweede Kamer een besluit nemen over de uitfasering en ontmanteling van het huidige luchtalarmsysteem.

Dat is een lastig besluit. Zowel het Cebeon als het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) concludeerde eerder dat NL-Alert een veel beter waarschuwingssysteem is. Bij een ramp of calamiteit kan de overheid een bericht versturen naar alle telefoons in het land of in een bepaalde regio. Daarin staat wat er aan de hand is en wat je moet doen. Dat werkt via de mobiele netwerken van KPN, Vodafone en Odido.

De informatie die je met een NL-Alert ontvangt, heb je niet als je alleen een sirene hoort, concludeerden het Cebeon en NIPV eerder. Daarom werd de laatste jaren vooral gekozen voor alarmering via NL-Alert en klinkt alleen in heel uitzonderlijke situaties het luchtalarm.

NL-Alert kan uitvallen bij extreme omstandigheden
Maar om een NL-Alert te kunnen versturen, moeten de mobiele netwerken wel werken. Bij een grote stroomstoring door bijvoorbeeld een natuurramp blijven antennes met back-upbatterijen nog maximaal vier uur werken. Daarna vallen ze uit en is het niet meer mogelijk een NL-Alert te versturen.

Die kwetsbaarheid werd in 2021 pijnlijk duidelijk in onze buurlanden. Delen van België, Duitsland en Nederland werden toen getroffen door overstromingen. In België en Duitsland viel op veel plekken het mobiele netwerk uit. Dat was voor Duitsland aanleiding juist extra te investeren in het luchtalarm, schreef het NIPV in 2022 in een rapport.

Het wel of niet afschaffen van het luchtalarm is door die gebeurtenissen en de dreiging vanuit Rusland niet langer alleen een afweging tussen kosten en baten. Historisch expert Roelof van Gelderen van het Museum Bescherming Bevolking vergelijkt het luchtalarm met een brandverzekering. “Het kost geld en je hoopt hem nooit nodig te hebben. Maar áls er iets gebeurt, ben je blij dat je hem hebt.”

Bron: nu.nl

Gedoe met mobiel internet op Schiphol-station: oplossing komt niet voor 2025

Op je telefoon in de reisplanner checken hoe laat je trein vertrekt is op treinstation Schiphol regelmatig een flinke uitdaging. De netwerkapparatuur in het ondergrondse treinstation is verouderd en moet vervangen worden. Maar dat gebeurt niet eerder dan volgend jaar.

Het treinstation van Schiphol Airport staat in de top vijf van drukste stations van Nederland. Vorig jaar reisden dagelijks bijna 90.000 mensen van, naar en via het station, blijkt uit cijfers van de NS.

Maar het mobiele netwerk in de Schipholtunnel, waarin het treinstation zich bevindt, is verouderd en heeft capaciteitsproblemen, bevestigt een woordvoerder van Vodafone aan NU.nl. “Daar kunnen treinreizigers in de tunnel en op de perrons last van hebben.”

De capaciteitsproblemen merk je vooral op drukke momenten zoals in de spits. Maar ook als er veel vertragingen of verstoringen in de treindienst zijn. Het is dan bijna onmogelijk bijvoorbeeld reisinformatie te laden in de NS-app. Maar ook andere diensten waarvoor je mobiel internet nodig hebt, werken dan niet of nauwelijks.

De capaciteitsproblemen spelen al geruime tijd en zijn vooral na de coronaperiode zichtbaar geworden. Een oplossing laat nog even op zich wachten.

Problemen duren nog tot minimaal volgend jaar

Door de verouderde apparatuur is in de Schipholtunnel nog geen 5G-dekking beschikbaar. De nieuwe apparatuur zal dit wel ondersteunen, laat Vodafone weten.

Vodafone verwacht de netwerkapparatuur “ergens in 2025” te kunnen vervangen. Maar een exacte datum staat nog niet vast. Het gaat om ingrijpende werkzaamheden waarvoor de treindienst stilgelegd moet worden.

Die werkzaamheden worden daarom gecombineerd met onderhoudswerkzaamheden van ProRail aan de tunnel en het spoor. Vodafone is daardoor afhankelijk van de planning van de spoorbeheerder wanneer het de apparatuur kan vervangen.

Providers werken met elkaar samen in tunnels

De huidige netwerkapparatuur in de Schipholtunnel is van KPN, vertelt een woordvoerder van het bedrijf. Vodafone en Odido maken daar ook gebruik van. Daardoor spelen de problemen op het station van Schiphol bij klanten van alle drie de providers.

KPN kijkt samen met de andere mobiele operators of in de tussentijd de prestaties van het huidige netwerk kunnen worden geoptimaliseerd, laat de provider aan NU.nl weten.

Providers werken in Nederland samen om weg- en spoortunnels van mobiele dekking te voorzien. Alle tunnels in Nederland zijn tussen de drie telecombedrijven verdeeld. “Een van de drie providers bouwt in een tunnel een mobiel netwerk en de andere twee providers pluggen daarop in”, legt een woordvoerder van Odido uit.

Bron: nu.nl

Kwaliteit mobiel bellen onder druk door ruimtegebrek antennemasten

Het wordt steeds moeilijker om ruimte te vinden voor antennes voor telefoon- en dataverkeer.

Dat is een probleem, want het mobiele datagebruik in Nederland groeit jaarlijks met zo’n 25%.

Als gevolg van het ruimtegebrek is de dekking in steden zoals Amsterdam niet overal optimaal.

Sandra Olsthoorn en Jeroen Piersma, Amsterdam


De kwaliteit van de drie mobiele telecomnetwerken in Nederland dreigt te verslechteren omdat er te weinig plekken zijn om antennemasten neer te zetten. Het tekort aan opstelpunten leidt ertoe dat KPN, VodafoneZiggo en Odido moeite hebben om de snelle groei van het mobiele dataverkeer op te vangen. In grote steden zoals Amsterdam laat de mobiele dekking nu al her en der te wensen over en valt het bereik soms weg. Dat is een situatie die Nederlanders niet gewend zijn. De drie Nederlandse mobiele netwerken behoren tot de absolute wereldtop. Jaar na jaar scoren zij in internationale vergelijkingen het hoogst op punten zoals dekking en snelheid. Daarmee presteert Nederland beter dan de ons omringende landen. Maar dat is aan het veranderen. Telecombedrijven proberen op dit moment hun netwerken met kunst-en-vliegwerk in de lucht te houden’, zegt Rob Bongenaar. directeur van Monet, de branchevereniging van netwerkaanbieders. Hij is er niet gerust op: ‘Nederland nadert het punt dat het penibel wordt.’ De schaarste aan masten heeft meerdere oorzaken. De eerste is het toenemende dataverkeer. Het mobiele datagebruik van Nederlanders groeit jaarlijks met zo’n 25%. Dat betekent dat de telecomaanbieders meer antennes en dus meer opstelpunten nodig hebben. Tegenover de groeiende vraag staat echter een krimpend aanbod. De belangrijkste reden is dat gemeenten, gebouweigenaren en bewoners steeds terughoudender zijn met het toelaten van masten. Daarbij spelen allerlei motieven: van angst voor straling van bewoners tot de wens van gebouweigenaren om hun daken te vergroenen.

Volgens het Antennebureau staan op dit moment in Nederland 16.037 antenne-installaties opgesteld voor mobiele communicatie. ‘Odido heeft elk jaar zo’n vijftig extra opstelpunten nodig’, zegt Johan van den Branden, chief network officer van het telecombedrijf. Ook moet Odido jaarlijks zo’n honderd bestaande dakinstallaties vervangen omdat het gebouw waar ze op staan wordt afgebroken of omdat de eigenaar bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak wil leggen. Het bedrijf maakt nu gebruik van zo’n 5000 opstelpunten in totaal. Het tekort aan opstelpunten heeft gevolgen voor de kwaliteit van de netwerken. ‘Met name in de stedelijke gebieden kunnen we op bepaalde plekken niet de kwaliteit bieden die we zouden willen’, zegt Erik Brands, directeur mobiele netwerken bij KPN. ‘Niemand wil een opstelpunt in zijn achtertuin of op zijn dak’, zegt een telecomadviseur die heeft gewerkt voor een van de drie mobiele aanbieders. ‘Maar Nederlanders zijn wel superverwend en verwachten lage prijzen en de beste kwaliteit.’ De situatie doet enigszins denken aan de windmolendiscussie: de meeste mensen vinden het van belang dat klimaatopwarming wordt gestopt, maar ze willen geen windmolen dicht bij hun huis.

De telecombedrijven wijzen daarnaast met de beschuldigende vinger naar tussenpersonen die namens de gebouweigenaren onderhandelen over contracten voor de masten en antennes. Daarbij gaat het om partijen zoals onder andere Property-Telecom. Volgens de telecombedrijven maken zij gebruik van de krappe markt om prijzen op te drijven. Daarbij hanteren de tussenpersonen harde onderhandelingstechnieken, waarbij soms wordt gedreigd met het opzeggen van de contracten.

De tussenpersonen zien hun rol anders. ‘Vastgoedeigenaren hebben vaak niet zo veel verstand van contracten voor telecommasten’, zegt Huib Verharen, contractbeheerder bij Property-Telecom. ‘In het verleden bepaalde het telecombedrijf de inhoud van het contract. Maar voor de eigenaar kan het beter. Wij zorgen ervoor dat die ook gunstige juridische en financiële voorwaarden krijgt.’ Bij verlenging van een contract stuurt Verharen op een ‘marktconforme huur’. Die kan een stuk hoger liggen dan de huur die vijftien jaar geleden werd vastgesteld.

Het volledige artikel is ook online terug te lezen via financieeldagblad.nl

Bron: Financieel Dagblad 03-08-204

Aantal antenne-installaties slecht grens van 16.000

Het aantal antenne-installaties in Nederland is in december de grens van 16.000 gepasseerd. Dat is voor het eerst sinds 2019, toen er nog 4 landelijke mobiele netwerken waren. Op 31 december 2023 stonden er 16.039 antenne-installaties in Nederland van KPN, Odido en VodafoneZiggo. In januari 2023 waren dat er nog 409 minder.

De diverse operators zijn op dit moment zeer actief met diverse aanpassingen van antenne-opstelpunten. Ook worden vastgoedeigenaren door zowel operators als andere marktpartijen benaderd om hun huurovereenkomst te herzien dan wel het recht te verkopen.

Indien u behoefte heeft aan onafhankelijk advies neemt u gerust contact met ons.