Blog

FC Groningen gaat de mobiele markt op

AMSTERDAM – Supporters van FC Groningen kunnen elkaar vanaf volgende maand gratis mobiel bellen. De voetbalclub lanceert dan FC Groningen Mobiel. Het initiatief zou uniek zijn in Europa. De fans kunnen een abonnement afsluiten waarmee ze kunnen bellen, sms- en mms’en en mobiel internetten. Supporters met zo’n abonnement kunnen elkaar kosteloos bereiken. Eigenaars van een FC Groningen-mobieltje krijgen ook berichten met de laatste ontwikkelingen binnen de club. FC Groningen zegt met het initiatief te willen inspringen op de ‘behoefte van de hedendaagse voetbalfan’ constant op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. Ook andere clubs zitten niet stil. Zo kunnen voetbalsupporters van Feyenoord een Feyenoord-bankrekening afsluiten en participeert Vitesse in een uitzendbureau.

Bron: Nu.nl

WIMAX is van start (PROPERTY-TELECOM adviseert u als Vastgoedeigenaar op technisch, financieel en juridisch vlak)

Vooralsnog komt het UMTS-gebruik in Nederland maar langzaam van de grond. De volgende generatie mobiele breedbandtechnieken dient zich echter al aan. De nieuwste ster aan het firmament luistert naar de naam Wimax.

Twee versies Wimax is een radiotechnologie, een technologie voor IP-gebaseerd communicatieverkeer. W i max staat voor Worldwide Interoperability for Microwave Access en is gebaseerd op de 802.16-standaard van de toonaangevende technologieorganisatie Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE). Er bestaan twee versies: D en E. Afgelegen gebieden De D-variant is de ‘vaste’ versie. Daarmee kunnen punt-tot-multipunt-verbindingen worden opgezet. De vaste versie wordt gebruikt om UMTS-masten en wifi-hotspots draadloos aan te sluiten op een vast netwerk. Dat gebeurt veelal op plaatsen waar geen directe verbinding met het (eigen) fysieke net mogelijk is. Daarom wordt het signaal via Wimax verlengd en wordt elders verbinding met een vast net gezocht. Daarnaast kan de D-variant worden gebruikt om afgelegen gebieden van internetaansluitingen te voorzien. In de ideale situatie zijn afstanden te overbruggen van tien tot vijftien kilometer. Deze vaste versie kent ook een enigszins mobiele variant. Die staat ‘nomadisch’ gebruik toe. Binnen het bereik van een Wimax-mast kan de gebruiker zich vrij bewegen. Als hij zich buiten de cel begeeft, gaat de verbinding verloren. Onbeperkt mobiel De andere versie, de E-variant, wordt ook wel aangeduid als mobiele Wimax en is van een geheel andere orde dan de D-variant. Het praktisch bereik is slechts enkele kilometers, maar dat is minder van belang voor de exploitant van deze licentie. Immers, hoe meer consumenten er in een gebied wonen, hoe meer masten men zal installeren om een gegarandeerde kwaliteit te kunnen bieden. Anders dan met de vaste Wimax-variant, is het met de mobiele variant wel mogelijk om onbeperkt te reizen met een Wimax-ontvanger (telefoon, pda, computer) zonder de verbinding te verliezen. Dat is het best te vergelijken met het cel hand-over concept uit de mobiele telecomwereld. Ook met mobiele Wimax kan men in een rijdende auto of trein onafgebroken communiceren. Volwassen “De E-variant van Wimax en UMTS zijn directe concurrenten van elkaar”, zegt Jan de Nijs van TNO Telecom. “Wimax maakt niet zozeer andersoortige diensten mogelijk, maar dezelfde diensten die wellicht goedkoper zijn. Er komt immers prijsconcurrentie op het gebied van mobiel breedband, via Wimax, UMTS en zijn opvolger HSDPA.”

Als de Wimax-markt volwassen is, wat nog jaren duurt, heeft de consument een grotere keuze uit aanbieders en technologie wat betreft landelijk dekkende mobiele breedbanddiensten. Dat zijn diensten zoals mobiel internet, VoIP (goedkope internettelefonie) en mobiele televisie. Stevige marktpositie In april 2001 verenigden fabrikanten van chips en radioapparatuur zich in het W i max Forum om standaardisering te bespoedigen op tal van fronten, waaronder hardware, quality of service, veiligheid en frequentiegebruik. Hun inspanningen leidden ertoe dat nu de eerste generatie deels gecertificeerde apparatuur op de markt komt Partijen als Alcatel, Intel, Motorola en Samsung trekken internationaal hard aan de ontwikkeling en productie van Wimax-apparatuur. Intel investeerde halverwege 2006 honderden miljoenen euro’s in bedrijven die een Wimax-licentie verwierven bij hun lokale overheid. Jan de Nijs: “Intel en de andere fabrikanten slaagden er onvoldoende in een stevige marktpositie te verwerven in GSM, GPRS en UMTS. Via Wimax proberen ze dat te herstellen.

In Nederland zijn twee Wimax-licenties in gebruik, bij Casema tot eind 2008 en bij Enertel/Worldmax tot eind 2015. Hoewel Enertels licentie alleen voor vaste verbindingen is bedoeld, denkt het bedrijf dat de regelgeving binnen drie jaar dermate is veranderd dat het ook mobiele diensten mag aanbieden. Kabelbedrijf Casema wil voor eind 2008 een volledig werkend mobiel breedbandig netwerk. “De aanleg daarvan kost naar schatting een kwart van wat het kost om een UMTS-net aan te leggen”, aldus directeur Strategie Mirko Mensink. “Wij willen landelijk breedbandige mobiele datadiensten kunnen aanbieden.” Als het aan Casema ligt, kan het de klant vanaf 2008 mobiele VoIP aanbieden. Mensink: “Daartoe moet je óf een mobiele telecomaanbieder overnemen óf een Mobile Virtual Network Operator-constructie aangaan óf kijken naar nieuwe technologie. De eerste twee zijn geen optie, dus biedt Wimax uitkomst. Een bijkomend voordeel is dat een Wimax-operator vrij goed het kwaliteitsniveau per applicatie kan regelen.”

Bron: Freeband.nl

Straling rond zendmasten ver onder limiet

Nederlanders die in de buurt van zendmasten voor UMTS en GSM wonen, hoeven niet te vrezen voor hun gezondheid. Uit onderzoek op 211 locaties is gebleken dat de elektromagnetische straling rond de zendmasten ver onder de limieten ligt die in Nederland gelden. De resultaten van het onderzoek staan in het rapport Veilige Veldsterktes 2005-2007, dat het Agentschap Telecom van het ministerie van Economische Zaken dinsdag heeft gepubliceerd. Het agentschap verrichtte de metingen niet alleen op willekeurige locaties die voor het publiek toegankelijk zijn, maar ook op specifieke plekken waar onder de bevolking veel zorgen over de sterkte van de antennes leven.

Limieten
Voor GSM gelden limieten van 41 tot 58 volt per meter en voor UMTS 61 volt per meter. In verreweg de meeste gevallen (198 keer) vonden de onderzoekers een waarde van 2 volt per meter. Eén keer werd 10 volt gemeten. De rest zat daartussen in.
Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de bedrijven die mobiele telefonie verzorgen, hebben met elkaar afgesproken dat de limieten nooit mogen worden overschreden. Zo willen zij de veiligheid in de buurt van de antennes en op voor publiek toegankelijke plaatsen garanderen.
De metingen wijzen volgens het agentschap uit dat aan die afspraken ruimschoots wordt voldaan.

Opwarming
De Gezondheidsraad stelde reeds in 2000 vast dat het absoluut geen kwaad kon in de buurt van een GSM-basisstation te wonen. Van overmatige opwarming van het lichaam door de straling of van andere effecten op de gezondheid was niets gebleken.

Bron: Nu.nl

UMTS-controle pas na verkoop Orange

EZ stelde de controle op verplichte umts-dekking uit. Daarmee ontspringt Orange wellicht een mogelijke veroordeling. Pas in september 2007, zegt de woordvoerder van Economische Zaken, gaat het Agentschap Telecom onderzoeken of de umts-licentiehouders voldoen aan de vereisten van hun licenties die per 1 januari 2007 golden. Er was volgens EZ de nodige voorbereidingstijd nodig met onder meer TNO om de meetmethodes te valideren. De vereisten voor dekking met umts zijn vóór de veiling van frequenties in juli 2000 bepaald.

In Nederland wonnen de operators KPN, Libertel (Vodafone nu), Dutchtone (Orange), Telfort en Ben (T-Mobile) vergunningen voor umts, waarbij ze samen omgerekend 2,7 miljard euro betaalden. De vereisten gingen pas in op 1 januari 2007. Dan zou er dekking moeten zijn met elke licentie binnen de bebouwde kom van alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners, op alle hoofdverbindingswegen (auto-, spoor- en waterwegen) tussen deze gemeenten, langs de doorgaande autosnelwegen naar Duitsland en België en op of rond de luchthavens Schiphol, Maastricht en Rotterdam. Daarbij moet gedurende tenminste 95 procent van de gevallen worden voldaan aan een nader gedefinieerd serviceniveau. Maar toen werd het toch ineens 2007. Vodafone en KPN zijn de strijd aangegaan om de umts-markt en hebben uit eigen beweging de dekking naar eigen zeggen hoger opgevoerd dan volgens de licentievoorwaarden noodzakelijk is. Echter, uit een enquete van BTG, de club van grote telecomgebruikers, bleek dat in de praktijk umts vaak wordt teruggeschakeld naar gsm. Telfort wilde niet aan umts, maar de overname door KPN maakt het mogelijk om samen een net te bouwen. Twijfels in de markt over de dekking zijn er aangaande T-Mobile en vooral Orange. T-Mobile heeft met de eerste introductie van hsdpa, spoedig gevolgd door KPN en Vodafone, haar achterstand technisch uitgebuit. Maar of T-Mobile de dekking haalt valt te bezien. T-Mobile zelf biedt een duidelijke kaart (niet met Firefox te zien) waarop een dekking van zeker 80 procent te zien is. Orange: ‘voldaan aan verplichtingen’ Orange heeft zelf in 2006 aangegeven dat ze niet aan de wettelijke verplichting (van ongeveer 70 procent van de bevolking) zou kunnen voldoen. Geluiden in de markt spreken van een gebrek aan dekking. En dat wordt bevestigd door beperkte testen: ”Bij Orange heb ik maar op enkele plaatsen UMTS dekking gehad.” De umts-investering is voor Orange gezien haar marktaandeel – zeker in de zakelijke markt met laptops voor umts – relatief de zwaarste inspanning. Met een marktaandeel van zo’n 10 procent wegen de kosten zwaar, een reden te meer om af te zien van een zelfstandige umts-ontwikkeling of voor verkoop van het bedrijf. Op vragen zegt het bedrijf: ”Orange heeft haar netwerk volgens de licentieverplichtingen uitgerold in het hele land, dat is dus meer dan de Randstad.” Maar in een interne publicatie zei de directeur van Orange Nederland, Yves Gauthier, eind mei 2007: ”We onderzoeken de mogelijkheid om het 3G netwerk te delen…In gebieden waar de dekking gering is zullen we het moeten delen met een andere operator.” Orange ontkent nu dat dit een actueel voornemen is: ”Alle operators moeten eerst een eigen netwerk hebben dat voldoende dekkend is volgens de licentievoorwaarden. Het delen van netwerken is dus niet opportuun om de verplichte dekking te halen, maar kan wel de kwaliteit van de dekking verder verhogen. Eventuele gesprekken met andere operators hierover staan nu in de ijskast in verband met het verkoopproces van Orange Nederland.” Toch met T-Mobile Immers, France Telecom wil Orange Nederland verkopen aan T-Mobile. Een besluit is er nog altijd niet, daar de ondernemingsraad van Orange moet instemmen met het voornemen en daarmee ook voor de optie voor ontslagen vanwege doublures met T-Mobile functies. T-Mobile en Orange zullen nu des te meer spijt hebben van het stuklopen van de samenwerking voor de bouw van hun umts-netten. Maar naar verwachting van de markt zal Orange een overname door T-Mobile hard nodig hebben voor umts-dekking, en dat ook T-Mobile dichtere dekking kan gebruiken dan ze nu werkelijk kan bieden. Daarbij is sterk de vraag welke normen het Agentschap Telecom gaat formuleren voor dekking. Met name op de ‘verbindingswegen’ vindt veel uitval plaats. Antenneproblemen De overheid heeft er ook baat bij om niet te snel de licentiehouders te straffen. Die kampen immers in een aantal gemeenten met problemen met de plaatsing van umts-masten. Mede door toedoen van de goed gedocumenteerde site Stopumts hebben in veel gemeenten inwoners besturen ervan kunnen weerhouden om vergunningen voor masten en antennes te verstrekken. Bewoners verliezen echter momenteel veel zaken door gebrek aan juridische macht. Het advies van de Gezondheidsraad, op grond resultaten van Zwitsers onderzoek, adviseert immers om antennes gewoon te plaatsen. Vorige week nog kreeg de gemeente Sassenheim te maken met felle protesten van ouders van kinderen op een basisschool waarnaast KPN umts-antennes wil plaatsen. Het gemeentebestuur zegt dat ze onvoldoende handvatten heeft om plaatsing tegen te gaan. Nu dus meer en meer gemeenten de plaatsing van antennes laten doorgaan, neemt ook de dekking van de licentiehouders toe. Die zien gemeenten en EZ als één overheid, die hen enerzijds verplichtingen oplegt en anderzijds bij de uitrol van netten hindert. Bij de toets in september mag dat geen rol meer spelen. De problemen met plaatsing waren een reden te meer voor EZ om niet al in januari 2007 te toetsen of umts-licentiehouders aan hun verplichting voldeden.

Bron: Planet Multimedia, 27 juli 2007

Onderzoeken naar elektromagnetische velden van start

De toepassingen van elektromagnetische velden (EMV) nemen ook in Nederland steeds meer toe. Daarbij kan gedacht worden aan telecommunicatie, bluetooth en het toenemende elektriciteitsgebruik. In Nederland wordt ten opzichte van het buitenland nog maar weinig studie gedaan naar de mogelijke gezondheidseffecten van EMV. Tijd om daar iets aan te doen en daarom heeft het ministerie van VROM namens de Rijksoverheid aan ZonMw de opdracht verstrekt het onderzoek naar EMV en gezondheid te stimuleren en te coördineren. Daarvoor is een budget van 16,6 miljoen euro ter beschikking gesteld. Afgelopen najaar werd het ZonMw programma Elektromagnetische Velden & Gezondheid (EMV&G) geboren. Het doel is de Nederlandse kennisstructuur op het terrein van EMV en gezondheid te versterken en mogelijke gezondheidseffecten van EMV bij nieuwe en bestaande technologische ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De kwaliteit van het EMV&G programma is gewaarborgd door de internationale deskundigheid van de programmacommissie. Begin juni heeft ZonMw in dit kader vijf onderzoeksprojecten gehonoreerd. De gehonoreerde projecten omvatten een breed spectrum aan relevante onderzoeksvragen en strekken zich uit over verschillende disciplines: technologisch, biologisch en sociaal-psychologisch.

Aan bod komen de volgende vragen:

  • Hebben elektromagnetische velden (EMV) invloed op het afweersysteem en hoe gebeurt dit?
  • Wat is precies de individuele hoeveelheid EMV waaraan men dagelijks wordt blootgesteld?
  • Hoe kunnen we de EMV blootstelling waar kinderen mee te maken krijgen, adequaat meten?
  • Hoe kunnen we temperatuursverhogingen meten, die veroorzaakt kunnen worden door sterke EMV bronnen zoals een MRI-scanner?
  • En wat zijn de zorgen van burgers en beroepsgroepen die te maken hebben met speciale EMV bronnen (zoals MRI); hoe ervaren zij de risico’s van verschillende EMV bronnen?                                                                            Deze projecten zijn nog maar het begin van de initiatieven van het ZonMw programma EMV&G. Inmiddels zijn opnieuw oproepen uitgegaan naar wetenschappers om voorstellen in te dienen (calls for proposals) voor onderzoek naar de gezondheidseffecten van EMV bronnen in werk- en leefomgeving van mensen. De nadruk ligt dit keer onder andere op praktijkgericht onderzoek. Lees verder: Programma Elektromagnetische Velden & Gezondheid

Bron: ZonMW, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginovatie

Radiogolven, straling, Zwiters onderzoek, electroallergie? UMTS-(zend)masten gevaarlijk?

UMTS-masten gevaarlijk?

Is het gevaarlijk om in de buurt van een UMTS-zendmast en bijbehorende basisstations te wonen?

Nee, zegt de Gezondheidsraad, het adviesorgaan van de overheid. Vooral een Zwitsers onderzoek naar de gezondheidsgevolgen van UMTS-straling wijst uit dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Maar daar is niet iedereen van overtuigd. Op dat onderzoek valt heel wat aan te merken. http://www.eenvandaag.nl/index.php?module=PX_Story&func=view&cid=2&sid=31738#

Website van de werkgroep eletrische overgevoeligheid: http://www.electroallergie.org/

Zwitsers Onderzoeksinstituut: http://www.mobile-research.ethz.ch/

Website Gezondheidsraad: http://www.gr.nl/

Uw intermediar: http://www.property-telecom.com/

Ontwikkeling mobiele telecommunicatie cq zendmasten (ATF / NMT / KERMIT / GSM (2g) / GPRS (2,5g) / UMTS (3g) / Wimax / UWB/ LTE (4g))

Ontwikkeling van mobiele communicatie

De eerste ‘mobiele telefoon’ De Nederlandse geschiedenis van de mobiele (tele)communicatie gaat terug naar eind jaren dertig van de vorige eeuw. Halverwege dit decennium startte de toenmalige PTT met de ontwikkeling van draadloze communicatie. Wanneer proeven met deze techniek succesvol blijken, wordt eind 1939 de eerste mobiele telefoon, met de type-aanduiding DR38, gepresenteerd door de Nederlandse Seintoestellen Fabriek uit Hilversum. Vanaf dat moment zijn gesprekken mogelijk tussen mobiele toestellen onderling en tussen mobiele en vaste bestemmingen. Uiteraard was hiervoor wel de tussenkomst van een telefoniste vereist. Overigens betekende mobiel toen zeker niet draagbaar, maar wel verplaatsbaar. De apparatuur was bedoeld voor inbouw in auto’s. Eind jaren veertig wordt dan de start gemaakt met het Openbaar Landelijk Net (OLN). Er is dan sprake van een landelijk telefoonnetwerk, beter vergelijkbaar met mobilofonie, met twee kanalen. Bellen geschiedt volgens de simplex-methode (er kan maar één partij tegelijk spreken) en er is nog steeds tussenkomst van een telefoniste nodig om de verbinding tot stand te brengen. Dit OLN-netwerk wordt later nog uitgebreid tot 8 kanalen en zal nog tot halverwege de jaren tachtig in dienst blijven.
ATF (1e generatie)
Er gaan enkele decennia voorbij voordat er sprake is van echte mobiele telefonie. In maart 1980 wordt het eerste echte AutoTeleFoonnetwerk, het ATF-1 netwerk, in gebruik genomen. De klant kan dan kiezen uit twee, in de auto in te bouwen toestellen: de Pollux en de Castor. Het net heeft echter een aantal beperkingen en kent nog uitsluitend zakelijke gebruikers. Door de grote belangstelling wordt besloten tot de invoering van een tweede ATF-net, gebaseerd op het Scandinavische NMT-concept. Dit net heette het ATF-2 net en wordt in januari 1985 in gebruik genomen. Met het ATF-2 netwerk wordt tevens een nieuw mobiel toestel geïntroduceerd, wat ditmaal ook echt mobiel is. Deze toestellen, de CARVOX 2450-serie, kunnen namelijk ook buiten de auto worden meegenomen. Echt klein waren deze toestellen nog niet, als gevolg van de grote accu die eraan verbonden was. Het zal nog tot eind jaren tachtig duren voordat de eerste zaktoestellen verschijnen. Dan is ook inmiddels het ATF-3 netwerk in gebruik genomen. Dit NMT-netwerk is landelijk dekkend en zal tot eind 1999 operationeel zijn. Vanaf dat moment worden de toestellen ook gewoon mobiele toestellen genoemd.
Tussenvorm: de Kermit In de negentiger jaren wordt er ook nog korte tijd gewerkt met DECT technologie als semi-mobiel netwerk, het CT2-netwerk. Dit netwerk werd bekend door de in mei 1992 geïntroduceerde “Kermit’-toestellen (later ‘greenhopper’ genoemd), waarmee binnen zogenaamde ‘Greenpoints’ gebeld kon worden. Er werden circa 5000 van deze basisstations geplaatst, waarbij binnen een straal van 150 meter mobiel uitgaand gebeld kon worden. De Kermit-houder kon zelf niet via een greenpoint worden gebeld, wat een groot nadeel was. Voordeel was echter dat de Greenhopper ook in huis, in combinatie met een basisstation, goed kon worden gebruikt. In 1996 wordt de actieve verkoop van de dienst gestaakt tot op 1 januari 1999 de dienst, die op het hoogtepunt ruim 50.000 klanten heeft, wordt stopgezet. Prijs en techniek zijn dan voorbijgestreefd door de analoge autotelefonienetwerken met redelijk goedkope abonnementsvormen.
GSM (2e generatie)
Global System for Mobile communications is momenteel de meest gebruikte (wereldwijd ruim 500 miljoen abonnees) mobiele communicatietechnologie. GSM, in het begin ook wel ATF-4 genoemd, is de opvolger van de analoge ATF- netwerken, die inmiddels (sinds 1999) zijn uitgefaseerd. De ontwikkeling van GSM startte begin jaren tachtig en tien jaar later, in 1992, worden de eerste netwerken in gebruik genomen. Groot voordeel van GSM is de mogelijkheid tot roaming tussen netwerken. Dit houdt in dat de abonnee bereikbaar blijft wanneer deze buiten het dekkingsgebied van de eigen operator komt (en daarmee in het dekkingsgebied van een andere aanbieder, bijvoorbeeld in het buitenland). Voor roaming tussen netwerken moeten echter wel afspraken zijn gemaakt tussen de verschillende aanbieders. In Nederland opereren momenteel 5 aanbieders van GSM-netwerken, ieder met hun eigen netwerk. De (landelijke) dekking varieert per aanbieder. Met de invoering van GSM werd ook het GSM-toestel gemeengoed.

Toepassingen: Voornaamste toepassing van GSM is spraak, terwijl SMS (Short Message Service) veel wordt ingezet om korte tekstberichten te verzenden (per 1 januari 2001 werden zo wereldwijd ruim 15 miljard berichten per maand verzonden). Voor gebruik van internet via GSM zijn sinds kort WAP (Wireless Application Protocol)-diensten geïntroduceerd. De datacapaciteit van GSM bedraagt momenteel 9,6 kbps, waardoor WAP niet kan worden vergeleken met het internet wat we gewend zijn via de PC. WAPHet Wireless Application Protocol. Protocol wordt gebruikt over het GSM-netwerk voor sub-internet toepassingen. WAP-gebruikers moeten voor iedere communicatiesessie connectie opbouwen en inloggen op het mobiele WAP netwerk. Beperkte content, te laat beschikbaar zijn van toestellen en trage inlogprocedures hebben, in combinatie met te hooggestelde verwachtingen, gezorgd voor het (vooralsnog) mislukken van deze dienst. Ook de trage (9,6 kbps) verbindingen dragen niet bij aan een snelle acceptatie van deze diensten.
GPRS (2,5e generatie)
General Packet Radio Services is een pakket geschakelde datacommunicatiedienst, die is gebaseerd op GSM technologie. Data wordt in packets over gelijktijdig beschikbare tijdsloten verzonden. Theoretisch kunnen maximaal 8 tijdsloten (toestelafhankelijk) gelijktijdig worden ingezet, waarbij een, eveneens theoretische, bandbreedte mogelijk is van circa 100 kbps. In de praktijk, die afhangt van de gebruikte (in de markt beschikbare) toestellen en het netwerkverkeer, zal echter hooguit een bandbreedte van 28 kbps worden gehaald. Voor de goede orde: dit is slechts de helft van de snelheid die we tegenwoordig standaard over onze analoge telefoonlijn kunnen behalen. Dit terwijl de verwachtingen in de markt, niet in de laatste plaats aangewakkerd door de operators zelf, hooggespannen zijn. Tegenvallende performance kan, evenals de beschikbaarheid van voldoende en hoogwaardige toestellen, voor de acceptatie van GPRS een groot risico vormen. ‘Always on’GPRS werkt volgens het zogenaamde ’Always-on’-principe. Dit houdt in dat de mobiele dataconnectie altijd online en dus zonder inloggen, beschikbaar is. Dit is een van de grootste voordelen boven het huidige mobiele internet dat met WAP over GSM wordt geboden. Kosten De kosten voor mobiel internetten over GPRS worden, in tegenstelling tot Wappen via GSM waar men op ‘airtime’ wordt afgerekend, bepaald op basis van verzonden informatie. Tarieven zoals die momenteel voor GPRS worden geschetst zullen echter een grote invloed hebben op de acceptatie van deze techniek. De kosten voor deze dienst is afhankelijk van welke provider men kiest. Klik hier voor abonnementen en tarieven!Status GPRS is inmiddels in Nederland geïntroduceerd door de grotere operators. De eerste testen en pilots die zijn uitgevoerd zijn naar redelijke tevredenheid verlopen. Een zeer belangrijke factor voor een geslaagde invoering van GPRS als mobiele technologie is de snelheid waarmee UMTS wordt uitgerold. Is dit, zoals de operators op dit moment nog aangeven, binnen twee jaar, dan zal GPRS slechts een korte fase beslaan tussen GSM en UMTS. Tekort om al te grote investeringen te kunnen terugverdienen. Wordt echter UMTS een langere termijn scenario – een steeds meer gehoorde verwachting ligt in de buurt van 4 jaar – dan liggen er meer kansen voor GPRS. Momenteel weet alleen nog niemand hoe het werkelijk zal lopen. Dit maakt de investeringsbereidheid (nieuwe handsets zijn nodig) bij de potentiële gebruikers er echter niet groter op. Ook dit is dus weer een factor die sterk bepalend zal zijn voor de acceptatie van GPRS als mobiele data oplossing. Toepassingen GPRS moet zijn afnemers vinden onder de groepen waarvoor mobiele dataverkeer belangrijk is. Naast het voeren van de agenda, verzenden en ontvangen van e-mail en het raadplegen van adres/telefoonboeken, wordt veel verwacht van koppelingsmogelijkheden met de intranetomgeving van het bedrijf. Ook zullen er internet portals worden ontwikkeld voor GPRS-gebruikers die de vraag naar GPRS moeten doen toenemen.
UMTS (3e generatie)
Het Universal Mobile Telephone System is de gedoodverfde opvolger voor GSM telefonie. UMTS is, evenals GPRS, bedoeld als mobiel datanetwerk, waarbij data middels packets wordt verzonden. UMTS zal echter een grotere datacapaciteit hebben dan GPRS, in theorie 2Mbps. Vooralsnog wordt echter gestuurd op 64 kbps. Vergroting van de bandbreedte zal leiden tot de noodzaak om het aantal opstelpunten te vergroten. UMTS is dan ook een fijnmazig mobiel netwerk vergeleken bij GSM en GPRS. Status Hoewel er nog geen concrete planning is voor commerciële invoering in Nederland, wordt nu aangenomen dat dit niet voor 2004 zal gebeuren. Wel zijn door de operators al planningen gemaakt en partners geselecteerd voor de uitrol van de netwerken. In Japan zal NTT-DoCoMo het voortouw nemen. De geplande introductie van UMTS is daar op dit moment echter al met drie maanden uitgesteld tot dit najaar. Problemen met roaming zouden volgens de laatste berichten de oorzaak van het uitstel zijn. Vanzelfsprekend zal DoCoMo-partner KPN de uitrol en invoering in Japan met grote interesse van dichtbij volgen. In Europa is een groot risico genomen door de verkoop van licenties door verschillende overheden, wat de gezamenlijke operators circa 110 miljard euro heeft gekost. Voor deze operators brengen deze kosten grote financiële risico’s met zich mee en bovendien legt het financiële beperkingen op aan het ontwikkelen van nieuwe technieken en toepassingen. Inmiddels wordt dan ook openlijk de vraag gesteld of deze gelden met UMTS ooit zullen worden terugverdiend. Deze gang van zaken kan ook een reden vormen om de ontwikkeling van volgende generaties mobiele netwerken op de lange baan te schuiven. De operators hebben nogal wat investeringen terug te verdienen met deze netwerken. Naast de astronomische bedragen die zijn betaald voor de licenties, vergt ook de uitrol van de netwerken nog forse investeringen. Voor landelijke UMTS-dekking zijn minimaal 5000 lokale opstelpunten nodig. Vergroting van de beschikbare bandbreedte vergt nog meer opstelpunten. Verschillende operators onderzoeken nu de mogelijkheden om gezamenlijk netwerken uit te rollen en dus de netwerkkosten te minimaliseren.
UWB/ LTE (4e generatie)
Ultra Wide Band is een draadloze datatechnologie van de vierde generatie (4G). Deze techniek maakt gebruik van zeer breedbandige pulsverzending in plaats van de draaggolven die we kennen van GSM, radio en TV. Door in zeer korte tijd (minder dan één miljoenste seconde) breedbandig een stroom pulsen te verzenden is het mogelijk extreme capaciteiten te realiseren. De eerste proeven zijn al geruime tijd geleden gehouden. Met deze technologie zijn (volgens de huidige begrippen) extreme bandbreedtes mogelijk, in theorie zelfs tot 1 Gigabit (!) per seconde. Deze technologie wordt inmiddels gebruikt in het Amerikaanse leger. Een van de aanbieders van UWB is het Amerikaanse bedrijf Time Domain, waar men denkt binnen afzienbare tijd een gegarandeerde snelheid van 40 Mbps te kunnen afgeven. Eind vorig jaar heeft Time Domain voor een groep telecomdeskundigen een eerste demonstratie gegeven in Europa. General Electric, Sony, Siemens zijn slechts enkele van de grote partijen die zich inmiddels hebben ingekocht bij Time Domain. De kans dat deze techniek op korte termijn grootschalig zal worden ingezet is klein. Enerzijds zullen de huidige telecomoperators absoluut geen haast hebben om UMTS te vervangen door een vierde generatie mobiele oplossingen, immers, de mega-investeringen in UMTS moeten eerst worden terugverdiend. Anderzijds is het zeer de vraag of nieuwe partijen als Time Domain hun producten aan de man kunnen brengen wegens de overheidsregels. Het ligt namelijk zeer voor de hand dat de overheden, die voor veel geld UMTS frequenties hebben geveild, hun licentiehouders zullen beschermen teneinde ze in staat te stellen deze enorme bedragen weer terug te verdienen. Hiermee wordt eens te meer weergegeven welke risico’s aan deze manier van frequentietoekenning voor de mobiele sector zijn verbonden. Kortom, commerciële toepassing van UWB technologie zal waarschijnlijk nog een jaar of tien op zich laten wachten. Op langere termijn zullen op UWB-gebaseerde technieken echter grote kans maken, vooral wanneer de behoefte aan het verzenden van grote hoeveelheden data toeneemt, hetgeen wel valt te verwachten.

Wel of geen GSM of UMTS antennes op uw dak? Moet u meewerken of …? Advies en ondersteuning nodig, PROPERTY-TELECOM is uw partner

“Onze corebusiness?”
PROPERTY-TELECOM verleent diensten aan vastgoedeigenaren door hen te assisteren bij het beheer van bestaande en toekomstige contractuele verplichtingen met betrekking tot GSM en UMTS telecom-apparatuur en of ander zend –en ontvangstinstallaties en er zorg voor te dragen dat zij het maximaal rendement behalen”. “Ons doel is problemen gerelateerd aan het management van (mobiele) telecom-opstelpunten en de daarbij behorende contracten weg te nemen, zodat de organisatie zich volledig kan concentreren op haar eigen specifieke terrein van dienstverlening”. “Het dienstenpakket bestaat uit Auditing, Telecom Site Management en de Marketing van potentiele antenne-locaties waarbij professionaliteit, integriteit en toewijding de belangrijkste factoren zijn”. PROPERTY-TELECOM heeft haar verkoop snel zien groeien hoofdzakelijk door mond-op-mond-reclame. Zeker nu veel vastgoedeigenaren zoals o.a. woningbouwverenigingen en vastgoedbeleggers in toenemende mate worden benaderd door de diverse telecom-operators (zoals KPN, Orange, Telfort, T-Mobile, Vodafone, Versatel, Combonet, etc.) of één van de door hen ingeschakelde intermediars zoals Kings, ATC, Nacap, Square, DelConsulting etc. met verzoeken inzake het uitbreiden van bestaande GSM telecom-sites met UMTS apparatuur (veelal antenne (s), schotels-antennes, BTS of THS apparatuurkasten, kabels + kabelgoten) zoeken deze vastgoedeigenaren naar een geschikte partner om specialistische ondersteuning te verkrijgen.

Moet de gebouweigenaar altijd meewerken aan dergelijke verzoeken om UMTS antennes toe te staan?

PROPERTY-TELECOM kan uw organisatie voorzien van een kundig advies en deze procedures in goede banen leiden. Een internationaal netwerk zorgt ervoor dat PROPERTY-TELECOM haar diensten ook aan u kan aanbieden in het buitenland. De kennismakingsfase is eenvoudig en doeltreffend. Zonder enige verplichting nodigen wij u uit in een persoonlijk gesprek uw marktsituatie door te nemen en verdere informatie te verschaffen.

UMTS-uitrol netwerk: Telecomoperators in de knel!

Telecomoperators in de knel
Overheid legt mogelijk sancties op als umts-uitrolverplichting niet blijkt te zijn nagekomen
Kan de overheid telecomoperators sancties opleggen voor het niet nakomen van hun verplichting umts uit te rollen, als diezelfde overheid de operators tegenwerkt?

Weinig kans
Jan Reinier van Angeren is advocaat bij Stibbe. Hij geeft de telecomoperators weinig kans als ze de zaak aanhangig gaan maken bij de rechter. “Juridisch gezien zijn er weinig middelen. De gemeente mag haar eigen huishouding voeren.”

De aanpak van EZ (per geval bekijken wat er gedaan is om een vergunning te bemachtigen) lijkt hem verstandig. Later kunnen eventueel extra maatregelen volgen. Van Angeren: “EZ kan altijd nog met wetgeving of een Algemene Maatregel van Bestuur boven de lokale overheid gaan staan om de vergunningverstrekking af te dwingen.”

Toen de vijf telecomoperators in 2000 veel geld neertelden voor umts-vergunningen, verplichtte de centrale overheid hen alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners umts-dekking te garanderen op 1 januari 2007. Nu is de voor de hand liggende vraag: is het gelukt? De vier operators zeggen: “Ja, we voldoen aan de voorwaarden.” Maar veertig grote gemeenten liggen dwars: zij verstrekken geen vergunningen voor de bouw van umts-masten. Economische Zaken start een onderzoek en zal per geval bekijken of ze sancties oplegt. Heeft EZ dat recht, als de lokale overheid de operators belemmert hun wettelijke verplichting na te komen?

Overheid heeft ook leveringsplicht
Joop Astma, Kamerlid voor het CDA, vindt dat het primair de verantwoordelijkheid van de overheid is om ervoor te zorgen dat alle grote gemeenten voorzien worden van umts. Volgens Astma is het onterecht als de rijksoverheid sancties op zou leggen aan telecomoperators. Astma kan zich zelfs voorstellen dat het omgekeerde gebeurt, dat operators de zaak aanhangig gaan maken bij de rechter.
Martijn van Dam, Kamerlid voor de PvdA vindt dat de overheid wel degelijk sancties kan opleggen aan de operators. “De operators wisten waar ze aan begonnen toen de vergunningen werden verstrekt. Ze kennen de bevoegdheden van gemeenten met betrekking tot het verstrekken van vergunningen. Er waren ook al issues met gezondheidsrisico’s bij de gsm-uitrol.” Toch vindt Van Dam dat Economische Zaken met dit recht flexibel om moet gaan. “Als blijkt dat de operators alles in het werk hebben gesteld om umts-dekking te garanderen, dan lijkt het mij verstandig om ze te ontzien. Als bepaalde leveranciers niet aan hun verplichting voldoen, dan is het aan Economische Zaken om te beoordelen of het onwil of onmacht is en op basis daarvan eventueel sancties opleggen.”

Bron: Computable